Verbrandingsoven Commissie ondergaat naamsverandering

Verbrandingsoven Commissie ondergaat naamsverandering

08-05-2020

Minister Elias stelde dat met behulp van de stichting, Suriname een schoon land dient te worden en ook moet blijven. “Wij hebben het Amazonegebied als en enorme bezit voor ons geliefd land Suriname” aldus minister Elias. De bewindsman benadrukte de waarde van het Amazonegebied en dat de gemeenschap er zorgvuldig mee dient om te gaan.
Het is de bedoeling dat er landelijk 120 verbrandingsovens geplaatst worden, verspreid over vier fases. In iedere fase zullen dertig verbrandingsovens opgeleverd worden.
“We hebben grote plannen” aldus voorzitter Boy Guardiola van de stichting. Hij stelde heel verheugd te zijn met dit moment. Volgens Guardiola zal het project vuilverwerking niet alleen werkgelegenheid creëren maar zal ook zorg dragen voor een beter leefgemeenschap in Suriname. Als stichting zullen zij nagaan hoe zij het ministerie van Openbare Werken, Transport en Communicatie en eventueel andere ministeries kunnen bijstaan.
De heer Rick Kromodihardjo, beschermheer van de stichting is de mening toegedaan dat naast het landelijk plaatsen van verbrandingsovens, de stichting nu ook een mind shift dient te creëren bij de Surinaamse gemeenschap, zodat het project tot een succes mag gaan behoren. Volgens Kromodihardjo zal de gemeenschap bewust gemaakt moeten worden dat het huisvuil niet overal gedumpt dient te worden, maar dat zij het vuil nu ook daadwerkelijk in de daarvoor bestemde verbrandingsovens laten verwerken.
Het bestuur van de commissie die nu is overgegaan in de stichting is te rekenen van 01 februari 2020 voor een zittingsperiode van drie jaar aangesteld en bestaat uit de volgende leden: de heer Boy Guardiola namens het Ministerie van Volksgezondheid; mevrouw Wanita Ramnath namens het Ministerie van Volksgezondheid; mevrouw Fariesha Karimbaksh namens Stichting Drs. L. Mungra Medisch Centrum; mevrouw Ester Aside namens het Ministerie van Regionale Ontwikkeling en mevrouw Shaskeni Thakoerdien namens het Ministerie van Openbare Werken, Transport en Communicatie.